Gemeentebelangen Groen Soest
Slide 4
Slide 5
Slide 5
Slide 7
Slide 7
Slide 1
Slide 1
Slide 2
Slide 2
Slide 3
Slide 3

Sociale Media

Facebook
Twitter
Instagram

@GGS_Soest

Grasfalt? Het nut van grasland …

maandag 24 maart 2025

Nu en dan komt in de raad de open polder rondom Soest ter sprake. Door enkele partijen wordt dit gebied omschreven als ‘grasfalt’; een samentrekking van gras en asfalt. Hiermee wordt gerefereerd aan het vermeende saaie uiterlijk en geringe natuurwaarde. Om die reden leent dit gebied zich volgens deze partijen voor ‘ontwikkeling’: woningbouw, bedrijventerreinen, zonnevelden, et cetera.

Agrarisch natuurlandschap

In onze Omgevingsvisie hebben we een andere bestemming vastgelegd voor de polder. Dit open gebied, ten oosten van Soest, vormt samen met de aanliggende gebieden in Amersfoort en Baarn een groene zone met een belangrijke regionale functie. Een gebied van 1000 hectare, dat in 2040 zal zijn omgevormd tot een ‘agrarisch natuurlandschap’. Ruimtelijk wordt de polder gevarieerder. De gebruiksmogelijkheden worden vergroot. Naast landbouw komt er meer ruimte voor natuur en recreatie.

Andere prioriteit

Ooit lag de focus op intensivering van de voedselvoorziening, een gevolg van de bevolkingsgroei. Er vond inpoldering plaats om arealen te creëren voor veeteelt en akkerbouw. Dit ontaarde uiteindelijk in een industrieel georganiseerde voedselproductie waarbij Nederland meende, als belangrijkste exporteur van landbouw- en veeteeltproducten (met subsidie van de Europese Unie), een moordende concurrentie aan te gaan met boeren in andere landen en werelddelen, waaronder de ‘derde-wereld-landen’.

Symbiose

Deze verhoging van de efficiency is niet aan de Eempolder voorbijgegaan. Schaalvergroting en landbouwmechanisatie zetten hun stempel op het landschap, en de bijnaam ‘grasfalt’ ontstond. Dat is niet terecht. De potentie van de graslanden is namelijk enorm in vele opzichten. Hierin ligt een groot belang voor de ons, de bewoners van deze streek. Gelukkig kantelt het beeld van de positie van de mens in de wereld langzamerhand. We zullen als mensheid alleen kunnen voortbestaan wanneer wij in symbiose leven met de natuur.

Nu zien wij hoe het overal gaat knellen in ons leefgebied. Er is gebrek aan ruimte, letterlijk en figuurlijk. Er is tekort aan woningen, water, arbeid, energie. Er is netcongestie, CO2-problematiek, wateroverlast én perioden van droogte, met de kans op bosbranden en bodemdaling. Defensie claimt meer ruimte, een gevolg van de veranderingen in de mondiale toestand. Bij dit gebrek aan oppervlakte komt nog de prognose van een forse stijging van de zeewaterspiegel in de komende tweehonderd jaar. De schattingen lopen uiteen van drie tot 70 meter. Dit zal uiteindelijk van grote invloed zijn op laaggelegen gebieden, zoals de delta Nederland.

Terug naar Soest … kwel

Het is niet vreemd dat partijen in deze situatie naar het ruime, open, landschap kijken en er een oplossing in zien. De poldergebieden van Soest zijn echter ongeschikt voor bouw van woningen of industrie. Soest ligt in het midden van een kwelwaterzone. Dit zijn ondergrondse waterstromen vanuit hoog gelegen gebieden naar laag gelegen zones (de polders).

Allereerst stroomt water vanuit de Utrechtse Heuvelrug richting Eemland en komt naar boven bij de Wieksloot tot de voet van de Eng. Een deel van dit water komt ook aan de oostzijde naar de oppervlakte (Eempolder). Ten tweede is er een stroom van ‘lage kwel’ vanuit de Eng, onder andere richting Soest Hoogveen.

Kwelwater is niet te keren

Kwelwatergebieden zijn als een waterbed. Ontwikkelaars zullen zeggen: ‘We storten er een laag zand op en de problemen zijn verholpen’. Dat is niet juist. De zandlaag drukt het water naar belendende gebieden en verder zal, door de capillaire werking van het zand, het water omhoog blijven kruipen. Daarbij wordt door zo’n kunstmatige zandrug, die de onderlaag plat drukt, de wateropnamecapaciteit van zo’n gebied minder. Dit wreekt zich in een hoger grondwaterpeil in belendende gebieden of het eerder optreden van overstromingen. Zo zouden wijken kunnen ontstaan met vochtproblemen vanaf de oplevering. Daar is niemand bij gebaat. In het omgevingsprogramma ‘water’ wordt dan ook gesteld dat natuurlijke kwelwaterstromen moeten worden behouden (p. 33). Dit biedt daarbij ook kansen voor het vergroten van (water gerelateerde) biodiversiteit.

Klimaatverandering

Door de klimaatverandering zien we ons vaker geconfronteerd met extreme regenval. Oppervlaktewater kan niet snel worden afgevoerd mede doordat, als gevolg van het kwelwater, de grondwaterstand hoog is. Inwateren kan niet meer, naar zee laten stromen willen we ook niet, want er is watertekort. Daarbij zal bij de geprognosticeerde zeewaterspiegelstijging de afvoer van water naar de zee steeds moeilijker worden. Daar komt dan weer bij dat – vanwege genoemd watertekort (we zien ook steeds langere perioden van droogte, dus een buffer is noodzakelijk) - door hogere overheden wordt overwogen om het waterpeil van IJsselmeer, Randmeren en mogelijk ook Eem met 70 cm. te verhogen.

Het wordt dus steeds moeilijker om in de lager gelegen gebieden; de delen van Soest die nu nog onbebouwd zijn, droge voeten te houden. De problematiek dient zich nu al aan in Overhees. De kelders en kruipruimtes lopen onder. De wijk ligt laag, de problemen zullen terugkeren. Achteraf gezien is de wijk Overhees al een brug te ver geweest.

Niet zonder reden staat in het omgevingsprogramma ‘water’ vermeld: ‘Hoewel de kans op overstromingen door een dijkdoorbraak klein is, loopt de polder langs de Eem wel een risico’. Als overloopzone bij hoogwater beschermen deze gebieden bebouwing en infrastructuur elders in Soest (p. 24, 36). Het water kan zich in de polder zonder gevaar of economische rampspoed verspreiden.

Conclusie

Poldergebieden zijn niet geschikt voor de grootschalige bouw van woningen of industrie. We kunnen ze beter benutten voor functies waarbij een incidenteel wateroverschot niet tot onmiddellijke problemen leidt. Te denken valt aan voedselproductie, biodiverse kruidenrijke graslanden, waterberging (in grondwater en oppervlaktewater), agrarisch natuurlandschap gekoppeld aan recreatie. Het omgevingsprogramma zet op dit alles in. Goede samenwerking met onze agrariërs is daarbij onontbeerlijk. Het landschap zal geleidelijk aan veranderen. Houtwallen – zij verdwenen onder druk van de landbouwmechanisatie – worden teruggeplaatst. Het accent zal meer en meer kunnen komen te liggen op regionale voedselproductie door middel van natuur inclusieve landbouw. Het landschap wordt aantrekkelijker, de biodiversiteit verhoogd.  

Met betrekking tot de woningbouw mag ook worden bedacht dat volgens prognoses rondom 2050 een einde komt aan de bevolkingsgroei. Dan krimpt de bevolking. Het is zonde om (potentieel) waardevolle natuurgebieden te bebouwen voor uiteindelijke leegstand. Wat eenmaal voor woningbouw is toegeëigend wordt niet snel prijs gegeven, al wordt in sommige gebieden elders in het land bij geplande woningbouw al rekening gehouden met sloop binnen 60 jaar vanwege waterstijging.

Het is dus kwestie van zorgvuldig plannen met oog op ontwikkelingen op lange termijn. Het hoofd koel houden en bouwen op logische plaatsen waar droge voeten voorlopig zijn gegarandeerd. Niet voor niets is ten aanzien van woningbouw ‘water en bodem zijn sturend’ de nationale leus. Het nut van open grasland is niet gelegen in een toekomst als bouwlocatie, maar in de bovengeschetste mogelijkheden die nu in de omgevingsprogramma’s zijn vastgelegd.

Tim de Wolf

raadslid

035 - 602 67 61

Raadslid

Natuur en Milieu - Verkeer en Vervoer - Bestuurlijke taken

 

Wij leven in Soest in een mooi stuk Nederland. Willen we dit zo houden dan moeten we vanuit een duidelijke visie, gericht op de toekomst, met de wereld omgaan. Die wereld begint al in je eigen straat, sterker nog, in je eigen huis. Verstandig gebruik van ruimte, energie en water moeten een leidraad zijn. 


Achtergrond
Een jaar of twintig geleden ben ik een eigen bedrijf begonnen in een ‘niche’ van de geluidstechniek. Ik conserveer, restaureer en documenteer oude geluidsdragers. Ik werk voor particulieren, archieven en musea en daarnaast start ik zelf ook projecten op wanneer ik op een belangrijke collectie stuit die het verdient bewaard te worden. Uiteraard heeft dit werk me in hoge mate met cultuur in aanraking gebracht. Geluidsdragers zijn cultuurdragers. Daarnaast heb ik belangstelling voor 20e-eeuwse (Nederlandse) architectuur, literatuur en kunst. Sinds 2010 draag ik – met een team van vrijwilligers – mijn steentje bij aan herstel van de natuur door op te treden als coördinator van de IVN paddenwerkgroep. Jaarlijks zetten we honderden tot duizenden padden over. Belangrijk en gezellig teamwerk. Soms als mens een stapje opzij doen voor de natuur. Het kwetsbare beschermen is de beste overwinning en biedt de meeste kans op een gelukkig leven.


Waarom GGS
Na mijn studie economische- en sociale geschiedenis deed ik onderzoek naar de economische effecten van infrastructuur. Hierdoor heb ik inzicht gekregen in het ‘gedrag’ van verkeer; de positieve en negatieve gevolgen van wegaanleg. Ik hoop een bijdrage te kunnen leveren aan een beter Soest; vanuit kennis en inzicht werken in goed overleg met elkaar vanuit een concrete visie met ... ja, ook idealisme.


Stuur een e-mail

Laat een reactie achter

Nieuwsoverzicht